Artikel: Drie emmers zand uit Afghanistan

In het tweede jaar van zijn opleiding aan de Willem de Kooning Academie zag Jules Calis Strips gaan de strijd aan, een documentaire over journalistieke stripverhalen. Toen wist hij: ‘Verrek, dat ga ik ook doen! Ik ga ook zulke verhalen maken.’

Door Hans Pols

Nu, een paar jaar later, heeft Jules Calis zijn werk gepubliceerd in verschillende tijdschriften, deed hij verslag van zijn reizen naar Kabul, Libanon en Bosnië en ligt sinds kort zijn eerste boek in de winkel: Van Brabant naar Afghanistan…en terug. Naar aanleiding van dit stripverhaal zocht de Boekenkrant de dertigjarige stripjournalist op in zijn Brabantse atelier.
‘Oorlog heeft mij altijd gefascineerd,’ vertelt Calis. ‘Het is een situatie die extreme gevoelens oproept en het interesseert mij hoe mensen zich in extreme omstandigheden gedragen. Daar wilde ik iets mee doen toen ik op de kunstacademie zat. Daarom heb ik het Ministerie van Defensie gevraagd om mij wat zand te sturen uit Afghanistan, waar op dat moment Nederlandse militairen op missie waren. En ik kreeg het nog ook. Drie emmers met Afghaans zand.’ De emmers zand staan nog altijd in zijn atelier: een ruimte in een voormalige leerlooierij, waarin nu verschillende kunstenaars hun werkruimte hebben.
‘Ik wilde het zand gebruiken om een schilderij mee te maken of zoiets,’ zegt hij vervolgens. ‘Maar dat is er nooit meer van gekomen. Na het zien van Strips gaan de strijd aan besloot ik om af te studeren met een journalistiek stripverhaal. Dat werd de eerste versie van Van Brabant naar Afghanistan… en terug.

Hoe ben je te werk gegaan?
‘Ik kwam op het spoor van een aantal mensen binnen mijn eigen regio, die voor het Nederlandse leger naar Afghanistan waren geweest. Die heb ik geïnterviewd. Uit hun verhalen koos ik daarna een aantal anekdotes, die ik als basis gebruikte voor een scenario. Na het schrijven begon ik te schetsen en legde ik het scenario en de schetsen voor aan de geïnterviewde.’

Hoe reageerden ze op je werk?
‘Ze waren vaak verrast. Ze herkenden de situaties en zeiden: ja, zo is het echt gegaan. Omdat het hun verhalen zijn, heb ik ze ook zoveel mogelijk zelf aan het woord gelaten. Daarom zijn de teksten in het boek in spreektaal. Voor de definitieve versie van het boek heb ik ze ook gevraagd om zelf een column te schrijven. Ze gebruiken heel veel jargon. Soldaten hebben zo hun eigen taalgebruik en ook daar wilde ik niets aan veranderen. Achterin het boek is een woordenlijst opgenomen.’

Word je wel eens gevraagd om voor een krant of een tijdschrift een stripverhaal te maken?
‘Ik werk freelance voor BN DeStem en maak voor deze krant regelmatig illustraties in stripvorm bij de artikelen. Dat werkt soms beter dan foto’s. Ik heb bijvoorbeeld een stuk geïllustreerd over de controle op alcoholbeleid bij jongeren. Dat heeft niets met oorlog te maken. Nieuwsberichten zullen niet zo snel in stripvorm verschijnen, maar voor reportages is de strip een heel geschikt medium.’

In de afgelopen jaren verscheen werk van Jules Calis in verschillende kranten. Hij reisde bijvoorbeeld in 2013 naar Kabul om er een popfestival bij te wonen en deed hier verslag van in stripvorm voor de Volkskrant. Op het moment dat we hem spreken is hij net terug uit Bosnië, waar hij een week verbleef met een groep Brabantse veteranen. Hiervan deed hij verslag in BN DeStem.
‘Dat was heel heftig. De emoties liepen er hoog op en ik heb na mijn terugkeer zelf een dag moeten bijkomen. Gelukkig reisde ik samen met David Oranje, een schrijvende journalist, waarmee ik samen de rapportage maakte, en konden we met elkaar praten over onze ervaringen. Met David werk ik al een tijdje samen. In januari zijn we samen naar Libanon geweest om een reportage te maken over de vluchtelingencrisis. Ik zou graag vaker met hem willen werken. Zo zou ik graag met hem naar Calais gaan. Ik wil een reportage maken over de migranten die daarvandaan proberen om naar Engeland door te reizen.’

Jules Calis uit zijn bewondering voor andere collega’s binnen het journalistieke stripgenre. Zijn grote voorbeeld is Joe Sacco. ‘Maar een groot verschil tussen Sacco en mij is dat ik samenwerk met iemand anders,’ benadrukt hij. ‘Sacco doet alles alleen. Van huis uit is hij een journalist die is gaan tekenen, en bij mij is het andersom. Als journalist ben ik autodidact. Ik heb wel cursussen gedaan, bijvoorbeeld over verslaggeving in conflictgebieden. Voor mijzelf zijn extreme situaties wel het meest interessant om een verhaal over te maken. Maar een journalistiek stripverhaal hoeft echt niet altijd over de oorlog te gaan.’

Jules Calis, Van Brabant naar Afghanistan…en terug, Uitgeverij Pix4Profs/Jan Stads, ISBN 978 94 603 2200 6 (€ 17,95)

Dit artikel verscheen eerder op www.boekenkrant.com

van-brabant-naar-afghanistan

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s