Artikel: De Blauwen en de evangelisten 

Historische accuraatheid met een zweem van fictie: zo valt de reeks De Blauwbloezen het best te omschrijven. De historische gebeurtenissen worden telkens weer bekeken met een aparte bril: die van de blauwen. Naar aanleiding van het nieuwe Blauwbloezen-album, 59: De vier evangelisten, ga ik dieper in op de elementen van de hele reeks en link ik die elementen aan dit nieuwe album.

Door Elias Jonkers

blauwbloezen-2Als bij toeval ontstaan
De Blauwbloezen (Les Tuniques Bleues) is een reeks van scenarist Raoul Cauvin en tekenaar Louis Salvérius (Salvé). Na het overlijden van Salvé in 1972 nam Willy Lambil het tekenwerk over. Dit is vanaf album nr. 4 (Outlaw) in de reeks, waar Salvé al aan begonnen was. De serie wordt uitgegeven door Dupuis, en is dus een echte Belgische reeks.
Cauvin en Salvérius kenden elkaar van op de lay-outafdeling van het weekblad Spirou en in 1968 brachten zij een viertal 19de-eeuwse Amerikaanse rekruten ten tonele in Le Journal de Spirou. Slechts voor twee van hen was er een grootser avontuur weggelegd: sergeant Chesterfield en korporaal Blutch.
Toch is de reeks als bij toeval ontstaan. Destijds weigerde uitgeverij Dupuis om Lucky Luke in een gekartonneerde uitgave te publiceren. Daarop zei tekenaar Morris ‘vaarwel’ tegen Dupuis en kwam er bij de uitgeverij een plekje vrij voor nieuwe reeksen. Hierop ging Cauvin aan de slag met de Far West en de militairen van het 22ste cavalerieregiment. Het eerste album, Wagens in ’t westen (Un chariot dans l’Ouest), verscheen in 1972.
In het begin was de stijl van de serie heel karikaturaal, maar geleidelijk werd het werk van Salvé meer semikarikaturaal, en gebruikte hij meer gedetailleerde decors. Na het plotse overlijden van Salvé vroeg Cauvin aan collega Lambil om album 4 af te werken vanaf pagina 37. Lambil deed het voortreffelijk en legde zich meer en meer toe op meer geloofwaardige decors.
Cauvin wilde zijn lezers vooral aan het lachten brengen, en bleef van zijn kant dus steunen op het humoristische karakter van de verhalen. Dit stond echter het opzoekwerk naar feiten niet in de weg; de scenarist baseerde zich telkens op kleine en grote geschiedenissen en op bekende (Lincoln) en minder bekende personages (kapitein Pendleton).

De personages: een onafscheidelijk duo
De verlegen slagersknecht Chesterfield en de opvliegende barman Blutch melden zich in een dronken bui aan bij het leger. In het begin zitten ze redelijk veilig in Fort Bow. Maar uiteindelijk komen ze terecht bij het regiment van kapitein Stark, die niets liever doet dan chargeren met een lange: “Aanvalleeeeeuh!”
Chesterfield klimt op tot sergeant en is plichtbewust en meldt zich graag aan voor gevaarlijke missies. Blutch daarentegen is antimilitaristisch en wil vooral overleven. Zo erg zelfs dat hij zijn paard africht om neer te vallen bij de beroemde kreet van Stark. Toch eindigt Blutch altijd weer in het gezelschap van Chesterfield als ze weer eens op missie gestuurd worden. De twee verdienen nota bene alle medailles.
De missie van de brave sergeant is naast het vaderland te dienen ook ervoor te zorgen dat Blutch in het leger blijft. Onze korporaal wil niets liever dan uit het leger gaan, als het moet zelfs door te deserteren. Het is pas wanneer zij bij het 22ste Cavalerieregiment van Strak komen dat de twee actief ingeschakeld worden in de burgeroorlog.
De nevenpersonages die de reeks extra kleur geven zijn vaak uit de geschiedenis geplukt. Zo maken zowel Mary Edward Walker als President Lincoln hun opwachting. De bizarre missies waarin Chesterfield en Blutch zich bevinden krijgen ze van generaal Alexander en zijn staf. Een lid van deze staf is kapitein Stilman die altijd iets te drinken heeft en niet veel zegt. Maar als hij iets zegt zijn het vaak de bizarste ideeën.
Aan de kant van de zuidelijken is het de zich altijd belachelijk makende soldaat Kakkerlak die geregeld terugkeert.
Om het verhaal draaiende te houden geeft Cauvin de twee de meest onmogelijke en uiteenlopende missies. Ze werken als rekruteerders of matrozen, ze spelen voor babysit of lijfwacht en zijn ze infiltrant. We zien ze op elke mogelijke fronten, in een duikboot of in de lucht. De meest vergezochte situaties worden geschetst tegen een historische achtergrond.

Album 59: De vier evangelisten
Al de elementen van bovenstaande bespreking zitten in het album, De vier evangelisten. Ook nu weer worden Blutch en Chesterfield op een waanzinnige missie gestuurd: verkleed als priester en dorpsgek moeten ze de vier kanonnen van de zuidelijken zien te vernietigen zodat generaal Alexander de bergtop kan veroveren. Jammer genoeg herkent een Zuidelijke soldaat (door de fans beter bekend als Kakkerlak) de twee noordelijke soldaten.
De vier kannonnen staan onder bevel van kapitein Pendleton die voordien priester was. Hij doopte zijn kanonnen: Marcus, Lucas, Matteus en Johannes. De vier evangelisten. Hier zitten de historische feiten:

  • William N. Pendleton was eerst priester voordat hij dienst nam bij het leger van de Confederatie (zuidelijken). Hij eindigde als Brigadier General (hoogste rang).
  • Als kapitein had hij het bevel over de compagnie van Rockbridge Artillery.
  • Daar noemde hij zijn kanonnen: Marcus, Lucas, Matteus en Johannes.

De blauwbloezen is ook nu weer een geslaagde mengeling van avontuur en humor. Door het opzoekwerk van Cauvin en Lambil is elke pagina helder. Het resultaat is ook nu weer van hoog niveau.

Raoul Cauvin en Willy Lambil, De Blauwbloezen 59: De vier evangelisten, Uitgeverij Dupuis,  ISBN 978 90 314 3396 4 (€6,50)

blauwbloezen-3

Dit artikel verscheen eerder op boekenkrant.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s